Rentevoordeel personeelslening wordt geschrapt

Een werknemer kan bij zijn werkgever een personeelslening aangaan ten behoeve van de eigen woning. De lening wordt dan gebruikt voor de aankoop, onderhoud of verbetering van de eigen woning. Dit komt veel voor bij bankmedewerkers maar ook bij werknemers die niet bij een bank werken. Het aardige van deze personeelslening is dat het rentepercentage lager is dan voor een willekeurige derde die de rente marktconform berekend krijgt. In de huidige werkkostenregeling wordt dit rentevoordeel niet belast. Dit rentevoordeel valt namelijk onder de zgn. nihilwaardering. De Tweede Kamer heeft al ingestemd met de wijziging dat dit rentevoordeel per 1 januari 2016 belast wordt – als loon – bij de werknemer zelf. Het momenteel onbelaste rentevoordeel wordt dus uit de werkkostenregeling weggenomen. Indien de Eerste Kamer hiermee ook instemt, is dit voordeel vanaf volgend jaar dus belast bij de werknemer. De verwachting is dat hiermee wordt ingestemd.

Blauwe envelop verdwijnt

De Belastingdienst gaat op termijn helemaal over op elektronische communicatie. Iedere burger krijgt een eigen met DigiD beveiligde berichtenbox waarin brieven, aanslagen en beschikkingen terecht komen. Burgers kunnen veel belastingzaken eenvoudig zelf digitaal regelen.

Vanuit de Tweede Kamer en de ouderenbonden zijn zorgen geuit over hen die niet beschikken over een computer of er niet mee kunnen werken. De Nationale Ombudsman start een onderzoek naar de gevolgen voor kwetsbare groepen. Staatssecretaris Wiebes heeft toegezegd dat de Belastingdienst de service verlenende organisaties zowel financieel als met raad en daad gaat ondersteunen. Vanaf december 2015 worden reclamespotjes uitgezonden.

De Belastingdienst opent een speciaal telefoonnummer waar alle burgers met hun vragen over de digitale communicatie terecht kunnen. Het is ook mogelijk om via DigiD iemand te machtigen om de zaken digitaal te behartigen. Voor hen die echt niet in staat zijn om hun zaken digitaal te (laten) regelen wordt een maatwerkoplossing gezocht. Uitstel van invoering wordt niet overwogen.

De digitalisering wordt geleidelijk ingevoerd. De meldingen over voortzetting van toeslagen in een volgend jaar zijn het eerst aan de beurt om digitaal te worden verstuurd.

Autobrief II is verschenen

De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Wiebes van Financiën ingestemd met de Autobrief II. Dit voorstel voor aanpassing van het systeem van autobelastingen wordt nu aan de Tweede Kamer aangeboden.
De nieuwe Autobrief schetst hoe het kabinet van 2017 tot en met 2020 de autobelastingen eenvoudiger wil maken, gericht op een stabiele stroom aan belastinginkomsten en met meer milieuwinst.
Uiteraard is het nog maar een voorstel voor een stelsel dat robuust is en toekomstvast. Bovendien dient het op termijn een ordentelijk stelsel te zijn. Dus er kan nog alles in wijzigen. Enkele opvallende ideeën:
1. Het algemene bijtellingspercentage gaat per 2017 van 25% terug naar 22%
2. Vanaf 2019 zijn er nog twee percentages: 4% en 22%
3. Nul-emissievoertuigen blijven fiscaal gestimuleerd worden
4. Nul-emissievoertuigen hebben een bijtelling van 4% (vanaf 2016) bij een cataloguswaarde tot € 50.000. Het deel boven de € 50.000 gaat tegen 22% in de bijtelling.
5. Plug-in hybride auto’s worden minder fiscaal gestimuleerd
6. De BPM wordt tot 2020 geleidelijk verlaagd

Balansschulden BTW

Het is al weer bijna twee jaar geleden dat de Belastingdienst de landelijke actie is gestart ‘Inning balansschulden BTW’. Ruim 20.000 ondernemers hebben toen over één of meerdere jaren alsnog suppletie-aangiften OB ingediend. Uit recente openbaar gemaakte stukken blijkt dat ondernemers met een belastingschuld van meer dan € 50.000 aan BTW altijd aan een schuldonderzoek worden onderworpen. Dit zal vooral uitgevoerd worden door middel van een boekenonderzoek. Hierbij wordt in het bijzonder onderzoek gedaan naar het betalingsverzuim en het niet voldoen aan de informatieverplichting. Vervolgens kunnen naar aanleiding van de bevindingen verzuim- en/of vergrijpboeten worden opgelegd. Bij balansschulden tot € 50.000 wordt in beginsel een verzuimboete van 10% opgelegd over het ten onrechte niet afgedragen bedrag aan BTW.

Is overgenomen parkeerkaartje met resterende tijd geldig?

Een automobilist die eerder bij zijn auto terug is dan de maximale tijd voor parkeren probeert zijn kaartje te verkopen tegen gereduceerde prijs of weg te geven. Recent besliste de Rechtbank Gelderland dat een overgenomen kaartje geen geldig parkeerkaartje is. Ook de minister van Binnenlandse Zaken is van oordeel dat de uitspraak van de rechter in overeenstemming is met de wet en dat hij geen aanleiding biedt om de wet- en regelgeving te veranderen. Immers het kaartje is slechts een betaalbewijs en kan niet gelijk gesteld worden met het voldoen van de verschuldigde parkeerbelasting. Juridisch wordt door de eigenaar van de auto de verschuldigde parkeerbelasting niet voldaan door andermans kaartje over te nemen of te krijgen. U kunt dus wel degelijk een parkeerboete krijgen als de parkeerwachter u betrapt.

Kostenvergoeding internet voor werkplek thuis: onbelast?

Onder de werkkostenregeling kunnen de kosten voor internet thuis – op voorwaarde dat de internetaansluiting voor het werk noodzakelijk is – fiscaal onbelast vergoed worden.
Als een werknemer regelmatig vanuit huis werkt, wordt vrij snel aangenomen dat internetverbinding en telefoon noodzakelijk zijn. De internetverbinding moet wel daadwerkelijk gebruikt worden. De vergoeding voor deze kosten blijft buiten de vrije ruimte van de werkkostenregeling.
Een vergoeding voor een vaste telefoon valt echter niet onder de vrijstelling.

Extra aandacht is er voor de situatie van internet, telefoon en televisie thuis bij de werknemer. Indien hiervoor één bedrag in rekening wordt gebracht door de provider, mag de werkgever dit niet volledig onbelast vergoeden. Het bedrag wat specifiek voor de internetverbinding geldt, moet nagevraagd worden en alleen dit bedrag is belastingvrij te vergoeden. Vergoedt de werkgever toch ook de overige kosten dan is dit loon voor de werknemer of komt dit bedrag in de vrije ruimte als aangewezen eindheffingsloon

Vooraf ingevulde aangifte (VIA)

Vanaf 15 april 2015 kunnen wij als uw accountant de vooraf ingevulde aangifte inkomstenbelasting 2014 downloaden via onze eigen professionele software. Tot nu toe kon dat alleen maar met de door de Belastingdienst ter beschikking gestelde programmatuur.

De Belastingdienst stelt de gegevens alleen ter beschikking als u ons daarvoor vooraf schriftelijk toestemming heeft gegeven. Na aanmelding van uw aangifte door de accountant stuurt de Belastingdienst u een brief met daarin een meldcode. Als u die code aan ons doorgeeft kunnen wij de gegevens die de Belastingdienst al in uw aangifte heeft ingevuld opvragen. Wilt u ons liever geen toestemming verlenen voor deze download, dan geeft u de code niet aan ons door. Wij kunnen dan niets downloaden.

Wat blijft er van mijn personeelsfeest/-uitjes onbelast onder de Werkkostenregeling (WKR)?

De Belastingdienst heeft in maart een serie vragen en antwoorden over de toepassing van de werkkostenregeling gepubliceerd. Hiermee maakte de Belastingdienst een einde aan de – door zichzelf eerder dit jaar veroorzaakte – stroom van geruchten dat het personeelsfeest in 2015 voor een groot deel belastingvrij zou zijn. Uit de vragen en de antwoorden blijkt dat het standpunt een stuk genuanceerder en strenger is dan uit de geruchten was af te leiden. B

ij een personeelsevenement dat buiten het bedrijf wordt gehouden kijkt de Belastingdienst naar het programma. Gaat het om alleen een feest, een reis of een concertbezoek dan ontbreekt een zakelijk karakter. Alle kosten moeten tegen de factuurwaarde inclusief btw tot het loon van de werknemer worden gerekend. Denk aan consumpties, diner, lopend buffet, reiskosten en entertainment. De werkgever kan de kosten ook onderbrengen in de vrije ruimte van maximaal 1,2% van de loonsom.

Als het feestje op het bedrijf plaatsvindt, dan zijn alleen het entertainment en de verstrekte maaltijd belast. Voor elke maaltijd moet € 3,20 bij het loon van de werknemer worden geteld. De werkgever kan er ook voor kiezen om het totaalbedrag in de vrije ruimte onder te brengen. Dit geldt ook voor de kosten van entertainment.

Bij externe activiteiten die bestaan uit een combinatie van festiviteiten en zakelijke elementen zoals een studie- of een teambuildingsdag moet de werkgever volgens de Belastingdienst het totale programma verdelen in belaste en onbelaste elementen. De kosten van het zakelijke gedeelte, inclusief de reis- en verblijfkosten, zijn belastingvrij. De kosten van de ontspannende activiteiten, inclusief de verteringen, zijn belast loon. De werkgever kan deze kosten desgewenst in de vrije ruimte opnemen. Uiteraard beoordeelt de Belastingdienst de gekozen verdeling kritisch.

Maaltijden in bedrijfskantine

Maaltijden die geserveerd worden in een bedrijfskantine hebben worden voor de loonbelasting genormeerd op een waarde van € 3,20. Dit normbedrag geldt voor een ontbijt, lunch en diner. De maaltijd wordt gebruikt in de bedrijfskantine of in soortgelijke ruimte waar het werk wordt gedaan.

Het bedrag van € 3,20, minus de eigen bijdrage, van de werknemers wordt aangemerkt als loon. Voor de werkkostenregeling kunt u dit verschil ook aanmerken als eindheffingsloon. Voordeel hiervan is dat u niet per medewerker hoeft te administreren. Als nadeel zou genoemd kunnen worden dat dit bedrag dan in de vrije ruimte terecht komt en deze vrije ruimte voor andere zaken (o.a. kerstpakketten, personeelsuitjes) beperkter wordt. De vereenvoudiging is wel, dat het totaal aantal maaltijden van alle werknemers bekend moet zijn. Dit aantal moet vermenigvuldigd worden met € 3,20. Van dit laatst berekende bedrag gaat dan weer de totale eigen bijdragen van alle werknemers af. Het saldo hiervan komt in de vrije ruimte terecht. Dit saldo mag niet negatief zijn.

Als een werknemer samen met een klant een maaltijd gebruikt in de bedrijfskantine, dan heeft deze maaltijd voor de medewerker een ‘meer dan bijkomstig zakelijk karakter’ en is deze als gerichte vrijstelling niet belast en blijft ook deze buiten de vrije ruimte.

Andere maaltijden met een ‘meer dan bijkomstige zakelijk karakter’ zijn de maaltijden voor de werknemers tijdens koopavonden, overwerk, e.d. Ook bij een werkdag (o.a. in de horeca) van 13.00 – 23.00 uur kan de werknemer niet naar huis om te eten tussen 17.00 – 20.00 uur. Deze maaltijden zijn volledig onbelast. Hiervoor geldt geen normbedrag.

VAR wordt “Beschikking geen loonheffingen” (BGL)

De Staatssecretaris van Financiën heeft op 22 september het wetsvoorstel van de Wet invoering Beschikking geen loonheffingen naar de Tweede Kamer gestuurd. Met dit wetsvoorstel wordt beoogd de verantwoordelijkheden van de opdrachtnemer en de opdrachtgever bij het beoordelen van hun arbeidsrelatie beter in balans te brengen. Opdrachtgevers en zzp’ers worden dan beiden verantwoordelijk voor de beoordeling of hun arbeidsrelatie moet leiden tot afdracht van loonbelasting en premies. Met deze wet wordt de Beschikking geen loonheffing (BGL) ingevoerd. De BGL dient ter vervanging van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Bij de VAR vraagt een zzp’er vooraf een oordeel van de Belastingdienst of zijn inkomen wel of niet wordt beschouwd als loon. Indien de opdrachtnemer in het bezit is van een VAR-wuo of een VAR-dga, wordt de opdrachtgever gevrijwaard van de verplichting om loonbelasting en premie volksverzekeringen op de vergoeding in te houden en premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over de vergoeding te betalen. Verder kan door die vrijwaring de Belastingdienst niet handhaven bij de opdrachtgever in het geval er sprake is van een onjuiste VAR. Dat kan hij alleen bij de zzp’er. Met de nieuwe wet wordt deze handhavingsbeperking weggenomen.
De BGL vervangt de vier verschillende VAR’s die er op dit moment bestaan. Bij de aanvraag van een BGL beantwoordt een zzp’er via een webmodule een aantal vragen. De webmodule biedt een oordeel over de inhoudingsplicht aan de hand van vragen die gebaseerd zijn op de jurisprudentie. Direct na het invullen van de vragenlijst wordt duidelijk of de aanvraag wordt gehonoreerd. De opdrachtgever moet vervolgens, na controle, beslissen of de BGL daadwerkelijk wordt aangevraagd. Zo wordt de opdrachtgever medeverantwoordelijk voor de kwalificatie van de te verrichten werkzaamheden en de afgifte van de beschikking.
Het wetsvoorstel voorziet in overgangsrecht. In de eerste plaats wordt het mogelijk gemaakt om de BGL alvast af te geven als de wet in het Staatsblad is gepubliceerd maar nog niet in werking is getreden. In de tweede plaats wordt de geldigheidsduur van de VAR die betrekking heeft op het kalenderjaar 2014 verlengd. Omdat de wet op een nader te bepalen tijdstip in werking treedt, kunnen in het kalenderjaar 2015 zowel de VAR als de BGL een gedeelte van het jaar geldig zijn.

 

(Bron: TaxLive / Ministerie van Financiën)

Verkoop ondernemingsvermogen na stilleggen activiteiten

Verkoop van een investeringsgoed, dat voor de omzetbelasting als ondernemingsvermogen is aangemerkt, moet voor de omzetbelasting worden Lees verder

Algemeen

  • online administratie
  • news
  • online-dos
  • newsleter-signup